Het parcour was als een frézetaart, het ene lekkere stuk naast het ander. Vers gesneden op ieders wens en maat.
In’t snelle wiel van Grote Plateau en met logisch gevolg een gemiddelde hartslag van 158, was ik aangenaam verrast hier nog enige weet van te hebben. Want met zekerheid had mijn klein motorke al het bloed bij de benen vandoen. Zelfs voor ertussen – viel mij op tijdens het douchen – was er geen druppel gespaard.
Orbeabiker kan ervan meespreken. Bij de eerste bevoorrading zag hij nog witter dan een pak Dash. En hij was niet eens proper.
Hoedanook, van de eerste tot de laatste km was het genieten.
Wat die laatste km betreft, ik zat op kop na het laatste stukske off-road.
Ik dacht bij mezelf , 1. de benen voelen goed, 2. de anderen zitten waarschijnlijk een stukste achter, 3. in feite ben ik een beest, en vooral 4. de meet is niet ver meer, dus ga ik er hier een lap op geven. 26, 27, 28, 29 km/h ik was goe bezig.
“Wilde gij misschien ne keer rap rijden” hoorde ik een rustige stem achter mij zeggen. En terstond voelde ik ‘De hand van God’ (rechts op de foto) op de onderrug, en vloog aan bijna 45 km/h over de meet. Wa wa wa wa wa waaauuuuw………..
Gelukkig zijn op zondagmorgen wordt de laatste tijd heel gemakkelijk.