Als je dit filmpje goed volgt,dan kun je jezelf perfect op de fiets plaatsen,is wel in het frans.
http://usmm.velo.over-blog.com/article-25838850.html
opmeten fietspositie ?
Over alles wat met mountainbike te maken heeft kan je hier je ei kwijt!
- laagvlieger
- Mountainbiker
- Posts: 1073
- Joined: Wed 07 Feb 2007 23:08
- Location: trek 8000
Post by laagvlieger »
Had vroeger steeds krampen, heb mij dan is laten opmeten en hopla krampen zijn verdwenen. Nu rij ik al 7maanden zonder krampen
ben geweest bij Jan Engels zeer goed zenne. De mannen van silence en QST gaan daar ook voor hun positie,dit even terzijde
fitconcept intikken op google en je komt bij hem terecht.
ben geweest bij Jan Engels zeer goed zenne. De mannen van silence en QST gaan daar ook voor hun positie,dit even terzijde
fitconcept intikken op google en je komt bij hem terecht.
Heb dat eens bekeken en die lijkt me wel grondig te werk te gaan.Had vroeger steeds krampen, heb mij dan is laten opmeten en hopla krampen zijn verdwenen. Nu rij ik al 7maanden zonder krampen
ben geweest bij Jan Engels zeer goed zenne. De mannen van silence en QST gaan daar ook voor hun positie,dit even terzijde
fitconcept intikken op google en je komt bij hem terecht.
Wat is het kostenplaatje van dit alles?
- Mountain JOhler
- Mountainbiker
- Posts: 693
- Joined: Tue 14 Apr 2009 14:02
- Location: Racing Rohler 29" Idworx
- Contact:
Post by Mountain JOhler »
Dit is wat ik verzameld heb aan info terug te vinden op het internet.
Ik heb aan de hand van dit alles heel mijn mtb afgesteld en heb geen enkel probleem meer aan de knieën.
Veel lees- & afstelplezier.
De fietsafstelling van je mountainbike.
Belangrijk bij het afstellen van de fiets is dat je elke stap volgt zoals aangegeven. Dus eerst zadelhoogte bepalen, daarna zadelpositie, ….
Afhankelijk van de methode moet je de binnenbeenlengte opmeten. Meet hiervoor de lengte van je binnenbeen op blote voeten. Dit is de afstand vanaf de vloer tot en met je kruis. Zet hiervoor de voeten ongeveer 15 – 20 cm uit elkaar.
Plaats een waterpas zo hoog mogelijk tussen de benen en zorg ervoor dat deze mooi waterpas staat. Teken deze hoogte af tegen een muur of laat een tweede persoon de afstand van de grond tot aan de bovenzijde van de waterpas meten.
1. De zadelhoogte.
Methode 1.
Bij deze methode wordt de zadelhoogte bepaald tussen het middelpunt van de trapas en het hoogste punt van het centrum van het zadel, langsheen de zitbuis.
Binnenbeenlengte x 88%
Voorbeeld: 90 cm x 88% = 79,2 cm
Methode 2.
De zadelhoogte is bij deze methode de afstand tussen bovenkant van het zadel en het middelpunt van de onderste pedaalas. De crank loopt hierbij parallel aan de zitbuis.
Binnenbeenlengte x 1,08
Voorbeeld: 90 x 1,08 = 97,2 cm.
Methode 3.
Ga op je fiets zitten met de hak van je fietsschoen op de pedaal. Zorg er voor dat crank parallel loopt aan de zitbuis met het pedaal in de laagste positie. Pas nu de hoogte van je zadel aan. Je been moet daarbij vrijwel gestrekt zijn.
Opmerking: bij het fietsen zit je met je bal van je voet op het pedaal. Bij maximale strekking is je been hierdoor licht gebogen.
Methode 4.
Ga naast de fiets staan en buig de heup, die het dichtst bij de fiets is, 90°. Het zadel moet zo ingesteld worden dat de bovenzijde van het zadel gelijk komt aan de bovenzijde van het bovenbeen.
Methode 5.
De gemakkelijkste methode of controle methode. De hoogte is goed afgesteld als je tijdens het fietsen met de bal van de voet op de pedaal bij maximale strekking, je been licht gebogen is.
2. De zadelpositie in functie van de zitlengte.
Voor deze instelling is er een loodlijn nodig. Zorg er voor dat het zadel en de fiets precies horizontaal staan. Plaats je fiets in een standaard zodat deze vast & stabiel staat. Breng de cranks horizontaal, zodat de pedalen even hoog staan.
Methode 1.
Laat een loodlijn vallen vanuit de punt van het zadel. Meet, op de crank die naar achteren staat, vervolgens de afstand vanuit de loodlijn tot aan het middelpunt van de trapas. De afstand moet minimum 5 cm bedragen. Deze techniek wordt het best vervolgd door het toepassen van methode 2.
Methode 2.
Ga normaal zitten op het zadel, neem het stuur vast en klik beide schoenen vast. Plaats de cranks in horizontale positie. Laat een tweede persoon een schietlood houden vanuit de knie die naar voren staat. Deze loodlijn zou door het midden van de trapas moeten gaan. Staat de knie volgens de loodlijn voor de pedaalas (meer naar het stuur – loodlijn vanuit de knie voorbij de pedaalas), dan moet het zadel naar achter verschoven worden. Staat de knieschijf volgens de loodlijn achter de pedaalas (weg van het stuur –loodlijn vanuit de knie achter de pedaalas ), dan moet het zadel naar voor verschoven worden.
3. Afstand tussen zadel en stuur.
Daar de positie van het zadel al vast staat ten opzichte van de pedaalas (zie hiervoor), kan alleen nog de lengte van de voorsprong of het horizontale gedeelte van de stuurpen bepaald worden.
Plaats je elleboog tegen de zadelpunt. De voorsprong heeft de juiste lengte als de top van je middenvinger halverwege de voorsprong komt. Is dit niet zo, dan zijn er bij de fietsenmaker verschillende voorsprong lengtes ter beschikking. Een langere voorsprong geeft meer grip maar de kans om over de kop te slaan is ook groter.
4. De stuurhoogte ten opzichte van het zadel.
De hoogte van het stuur is vooral een punt van comfort en gevoel. Het is dus een zeer persoonlijk iets. Indien je stuur bijvoorbeeld te laag staat, kun je problemen krijgen met nek, rug en armen. En het punt waarop of wanneer je last kunt krijgen is voor ieder persoon weer anders.
Met het verlagen of verhogen van het zadel heb je weinig ruimte, omdat een verlaging de fietshouding en traptechniek niet te goede komt (zie hiervoor).
Methode 1.
Als je naast het stuur staat, moet het stuur op heuphoogte staan.
Methode 2.
De bovenkant van het zadel moet zeker 3 cm boven de bovenkant van het stuur uitsteken.
5. De breedte van het stuur.
Hoe breder het stuur hoe minder gewicht er op het voorwiel rust en des te minder zal de weggrip zijn.
De afstand tussen het midden van de handvatten moet ongeveer overeenkomen met de schouderbreedte.
Ik heb aan de hand van dit alles heel mijn mtb afgesteld en heb geen enkel probleem meer aan de knieën.
Veel lees- & afstelplezier.
De fietsafstelling van je mountainbike.
Belangrijk bij het afstellen van de fiets is dat je elke stap volgt zoals aangegeven. Dus eerst zadelhoogte bepalen, daarna zadelpositie, ….
Afhankelijk van de methode moet je de binnenbeenlengte opmeten. Meet hiervoor de lengte van je binnenbeen op blote voeten. Dit is de afstand vanaf de vloer tot en met je kruis. Zet hiervoor de voeten ongeveer 15 – 20 cm uit elkaar.
Plaats een waterpas zo hoog mogelijk tussen de benen en zorg ervoor dat deze mooi waterpas staat. Teken deze hoogte af tegen een muur of laat een tweede persoon de afstand van de grond tot aan de bovenzijde van de waterpas meten.
1. De zadelhoogte.
Methode 1.
Bij deze methode wordt de zadelhoogte bepaald tussen het middelpunt van de trapas en het hoogste punt van het centrum van het zadel, langsheen de zitbuis.
Binnenbeenlengte x 88%
Voorbeeld: 90 cm x 88% = 79,2 cm
Methode 2.
De zadelhoogte is bij deze methode de afstand tussen bovenkant van het zadel en het middelpunt van de onderste pedaalas. De crank loopt hierbij parallel aan de zitbuis.
Binnenbeenlengte x 1,08
Voorbeeld: 90 x 1,08 = 97,2 cm.
Methode 3.
Ga op je fiets zitten met de hak van je fietsschoen op de pedaal. Zorg er voor dat crank parallel loopt aan de zitbuis met het pedaal in de laagste positie. Pas nu de hoogte van je zadel aan. Je been moet daarbij vrijwel gestrekt zijn.
Opmerking: bij het fietsen zit je met je bal van je voet op het pedaal. Bij maximale strekking is je been hierdoor licht gebogen.
Methode 4.
Ga naast de fiets staan en buig de heup, die het dichtst bij de fiets is, 90°. Het zadel moet zo ingesteld worden dat de bovenzijde van het zadel gelijk komt aan de bovenzijde van het bovenbeen.
Methode 5.
De gemakkelijkste methode of controle methode. De hoogte is goed afgesteld als je tijdens het fietsen met de bal van de voet op de pedaal bij maximale strekking, je been licht gebogen is.
2. De zadelpositie in functie van de zitlengte.
Voor deze instelling is er een loodlijn nodig. Zorg er voor dat het zadel en de fiets precies horizontaal staan. Plaats je fiets in een standaard zodat deze vast & stabiel staat. Breng de cranks horizontaal, zodat de pedalen even hoog staan.
Methode 1.
Laat een loodlijn vallen vanuit de punt van het zadel. Meet, op de crank die naar achteren staat, vervolgens de afstand vanuit de loodlijn tot aan het middelpunt van de trapas. De afstand moet minimum 5 cm bedragen. Deze techniek wordt het best vervolgd door het toepassen van methode 2.
Methode 2.
Ga normaal zitten op het zadel, neem het stuur vast en klik beide schoenen vast. Plaats de cranks in horizontale positie. Laat een tweede persoon een schietlood houden vanuit de knie die naar voren staat. Deze loodlijn zou door het midden van de trapas moeten gaan. Staat de knie volgens de loodlijn voor de pedaalas (meer naar het stuur – loodlijn vanuit de knie voorbij de pedaalas), dan moet het zadel naar achter verschoven worden. Staat de knieschijf volgens de loodlijn achter de pedaalas (weg van het stuur –loodlijn vanuit de knie achter de pedaalas ), dan moet het zadel naar voor verschoven worden.
3. Afstand tussen zadel en stuur.
Daar de positie van het zadel al vast staat ten opzichte van de pedaalas (zie hiervoor), kan alleen nog de lengte van de voorsprong of het horizontale gedeelte van de stuurpen bepaald worden.
Plaats je elleboog tegen de zadelpunt. De voorsprong heeft de juiste lengte als de top van je middenvinger halverwege de voorsprong komt. Is dit niet zo, dan zijn er bij de fietsenmaker verschillende voorsprong lengtes ter beschikking. Een langere voorsprong geeft meer grip maar de kans om over de kop te slaan is ook groter.
4. De stuurhoogte ten opzichte van het zadel.
De hoogte van het stuur is vooral een punt van comfort en gevoel. Het is dus een zeer persoonlijk iets. Indien je stuur bijvoorbeeld te laag staat, kun je problemen krijgen met nek, rug en armen. En het punt waarop of wanneer je last kunt krijgen is voor ieder persoon weer anders.
Met het verlagen of verhogen van het zadel heb je weinig ruimte, omdat een verlaging de fietshouding en traptechniek niet te goede komt (zie hiervoor).
Methode 1.
Als je naast het stuur staat, moet het stuur op heuphoogte staan.
Methode 2.
De bovenkant van het zadel moet zeker 3 cm boven de bovenkant van het stuur uitsteken.
5. De breedte van het stuur.
Hoe breder het stuur hoe minder gewicht er op het voorwiel rust en des te minder zal de weggrip zijn.
De afstand tussen het midden van de handvatten moet ongeveer overeenkomen met de schouderbreedte.
hopla, prachtige uitleg! bedankt! vanavond zal ik dat allemaal eens regelen si, hopelijk zit ik dan nog wa beter dan nu. (nu is mijn bike gewoon afgesteld op "het gevoel")Mountain JOhler wrote:Dit is wat ik verzameld heb aan info terug te vinden op het internet.
Ik heb aan de hand van dit alles heel mijn mtb afgesteld en heb geen enkel probleem meer aan de knieën.
Veel lees- & afstelplezier.
De fietsafstelling van je mountainbike.
Belangrijk bij het afstellen van de fiets is dat je elke stap volgt zoals aangegeven. Dus eerst zadelhoogte bepalen, daarna zadelpositie, ….
Afhankelijk van de methode moet je de binnenbeenlengte opmeten. Meet hiervoor de lengte van je binnenbeen op blote voeten. Dit is de afstand vanaf de vloer tot en met je kruis. Zet hiervoor de voeten ongeveer 15 – 20 cm uit elkaar.
Plaats een waterpas zo hoog mogelijk tussen de benen en zorg ervoor dat deze mooi waterpas staat. Teken deze hoogte af tegen een muur of laat een tweede persoon de afstand van de grond tot aan de bovenzijde van de waterpas meten.
1. De zadelhoogte.
Methode 1.
Bij deze methode wordt de zadelhoogte bepaald tussen het middelpunt van de trapas en het hoogste punt van het centrum van het zadel, langsheen de zitbuis.
Binnenbeenlengte x 88%
Voorbeeld: 90 cm x 88% = 79,2 cm
Methode 2.
De zadelhoogte is bij deze methode de afstand tussen bovenkant van het zadel en het middelpunt van de onderste pedaalas. De crank loopt hierbij parallel aan de zitbuis.
Binnenbeenlengte x 1,08
Voorbeeld: 90 x 1,08 = 97,2 cm.
Methode 3.
Ga op je fiets zitten met de hak van je fietsschoen op de pedaal. Zorg er voor dat crank parallel loopt aan de zitbuis met het pedaal in de laagste positie. Pas nu de hoogte van je zadel aan. Je been moet daarbij vrijwel gestrekt zijn.
Opmerking: bij het fietsen zit je met je bal van je voet op het pedaal. Bij maximale strekking is je been hierdoor licht gebogen.
Methode 4.
Ga naast de fiets staan en buig de heup, die het dichtst bij de fiets is, 90°. Het zadel moet zo ingesteld worden dat de bovenzijde van het zadel gelijk komt aan de bovenzijde van het bovenbeen.
Methode 5.
De gemakkelijkste methode of controle methode. De hoogte is goed afgesteld als je tijdens het fietsen met de bal van de voet op de pedaal bij maximale strekking, je been licht gebogen is.
2. De zadelpositie in functie van de zitlengte.
Voor deze instelling is er een loodlijn nodig. Zorg er voor dat het zadel en de fiets precies horizontaal staan. Plaats je fiets in een standaard zodat deze vast & stabiel staat. Breng de cranks horizontaal, zodat de pedalen even hoog staan.
Methode 1.
Laat een loodlijn vallen vanuit de punt van het zadel. Meet, op de crank die naar achteren staat, vervolgens de afstand vanuit de loodlijn tot aan het middelpunt van de trapas. De afstand moet minimum 5 cm bedragen. Deze techniek wordt het best vervolgd door het toepassen van methode 2.
Methode 2.
Ga normaal zitten op het zadel, neem het stuur vast en klik beide schoenen vast. Plaats de cranks in horizontale positie. Laat een tweede persoon een schietlood houden vanuit de knie die naar voren staat. Deze loodlijn zou door het midden van de trapas moeten gaan. Staat de knie volgens de loodlijn voor de pedaalas (meer naar het stuur – loodlijn vanuit de knie voorbij de pedaalas), dan moet het zadel naar achter verschoven worden. Staat de knieschijf volgens de loodlijn achter de pedaalas (weg van het stuur –loodlijn vanuit de knie achter de pedaalas ), dan moet het zadel naar voor verschoven worden.
3. Afstand tussen zadel en stuur.
Daar de positie van het zadel al vast staat ten opzichte van de pedaalas (zie hiervoor), kan alleen nog de lengte van de voorsprong of het horizontale gedeelte van de stuurpen bepaald worden.
Plaats je elleboog tegen de zadelpunt. De voorsprong heeft de juiste lengte als de top van je middenvinger halverwege de voorsprong komt. Is dit niet zo, dan zijn er bij de fietsenmaker verschillende voorsprong lengtes ter beschikking. Een langere voorsprong geeft meer grip maar de kans om over de kop te slaan is ook groter.
4. De stuurhoogte ten opzichte van het zadel.
De hoogte van het stuur is vooral een punt van comfort en gevoel. Het is dus een zeer persoonlijk iets. Indien je stuur bijvoorbeeld te laag staat, kun je problemen krijgen met nek, rug en armen. En het punt waarop of wanneer je last kunt krijgen is voor ieder persoon weer anders.
Met het verlagen of verhogen van het zadel heb je weinig ruimte, omdat een verlaging de fietshouding en traptechniek niet te goede komt (zie hiervoor).
Methode 1.
Als je naast het stuur staat, moet het stuur op heuphoogte staan.
Methode 2.
De bovenkant van het zadel moet zeker 3 cm boven de bovenkant van het stuur uitsteken.
5. De breedte van het stuur.
Hoe breder het stuur hoe minder gewicht er op het voorwiel rust en des te minder zal de weggrip zijn.
De afstand tussen het midden van de handvatten moet ongeveer overeenkomen met de schouderbreedte.
Ik heb hierbij toch enkele bedenkingen hoor.Mountain JOhler wrote: 3. Afstand tussen zadel en stuur.
Daar de positie van het zadel al vast staat ten opzichte van de pedaalas (zie hiervoor), kan alleen nog de lengte van de voorsprong of het horizontale gedeelte van de stuurpen bepaald worden.
Plaats je elleboog tegen de zadelpunt. De voorsprong heeft de juiste lengte als de top van je middenvinger halverwege de voorsprong komt. Is dit niet zo, dan zijn er bij de fietsenmaker verschillende voorsprong lengtes ter beschikking. Een langere voorsprong geeft meer grip maar de kans om over de kop te slaan is ook groter.
Ofwel heb ik enorm korte armen, ofwel is mijn fiets dan veel te groot.
Wanneer ik mijn elleboog tegen zadelpunt hou komen mijn vingertippen net tot het center van de vorkbuis, dus net tot aan het begin van de stuurpen.
Volgens deze uitleg is mijn frame dan 5cm te lang in het geval van een stuurpen van 10cm
Ik denk dat je beter uitgaat van de "overall reach", waarbij je totale arm in rekening wordt gehouden tesamen met je romp lengte.